Berghonden
Niet voeren.
In Georgië wemelt het van de wilde honden. Ze hangen rond op terrassen of je komt ze tegen tijdens wandelingen in de bergen. Kaukasische herders. Google maar eens. Groot, territoriaal, wantrouwig.
Vooropgesteld: ik ben geen held met honden. Ooit durfde ik als krantenbezorger bij een bepaald huis niks door de bus te gooien vanwege een agressief ogende terriër bij het hek. Ik haalde mijn moeder op ter versterking, die al snel constateerde dat het om een stenen beeld ging (we zijn gelijk doorgereden naar de opticien).
Mijn vriendin vond al die honden in Georgië wel gezellig, vooral de kleintjes. Zij voerde ze en dan liepen ze een eindje mee.
Maar dan…
Bovenop een heuvel in de buurt van de grens met Rusland een verlaten fort. Afgebrokkelde muren overwoekerd door gras. De piepende remmen van het busje van onze gids Georgi. ‘You look up there now.’
We nemen het pad naar boven en al snel voegt zich een vrolijk hondje bij ons, laten we hem voor het verhaal Rocky noemen. Kwispelend dribbelt hij met ons mee, zijn ogen gericht op de rugtas van mijn vriendin waar een stuk sulguni in zit, geurige Georgische kaas.
Uiteraard krijgt Rocky een stukje.
We hebben niet door dat we gevolgd worden door twee andere honden, groter, de bewakers van dit fort, die ook wel een stukje lusten.
Terwijl wij het fort bekijken liggen ze rustig te wachten voor de uitgang. De enige uitgang.
Als wij klaar zijn om weer naar beneden te gaan, staan ze op en lopen ze langzaam op ons af. Ze kwispelen niet. Oh kut, denk ik. Wij doen een paar passen naar achteren. Ze beginnen te grommen. Flinke hoektanden.
‘Hé!’ roep ik. ‘Kappen ja!’
Nu blaffen ze. Het lage geluid weerkaatst tegen de rotsen. Rocky kruipt jankend weg. Mijn hart klopt in mijn keel. Deze beesten zouden ons in een paar minuten volledig kunnen verslinden, als ze zouden willen - en daar heeft het alle schijn van.
Mijn vriendin draait zich om, doet haar ogen dicht en stopt haar vingers in haar oren. ‘Ik wil dit niet’, roept ze.
‘Oprotten!’ schreeuw ik tegen de honden en ik stamp op de grond in een poging ze weg te jagen. Het maakt geen indruk.
Dan pak ik het stuk kaas uit de tas en gooi het naar de honden. Ze beginnen meteen te eten.
‘Ja,’ zegt mijn vriendin geërgerd. Ze heeft zich blijkbaar weer omgedraaid. ‘Gooi het lekker voor de uitgang.’
In feite heeft ze daarmee een punt natuurlijk, maar dit voelt niet als de tijd en de plek voor kritische analyses. ‘Ik probeer tenminste wat!’ roep ik.
Dan horen we Rocky keffen. Hij staat voor een gang en lijkt ons te wenken. We volgen hem en hij leidt ons naar een gat in de muur waardoor we naar buiten kunnen kruipen.
We rennen de heuvel af. Ik kijk achterom. De grote honden komen er ook weer aan.
We versnellen nog eens en zijn net op tijd terug bij het busje. Nog vol adrenaline maar vooral opgelucht hijgen we uit op de achterbank. Georgi jaagt de honden weg met een afgemeten ‘kssst’.
De rest van die vakantie zit ik toch iets minder lekker op het terras als zich weer een hond bij ons tafeltje meldt.





"Gooi het lekker voor de uitgang"... 😂